Door Pieter Meulendijks - NLMagazine, Boekbesspreking, Geschiedenis, slavernij en toekomst - De Arnhemse historicus Pieter Meulendijks vraagt zich af of historici, (delen van) de pers en het brede publiek op dit moment niet te veel bezig zijn met het zoeken van het geschikte verleden bij een door hen gewenst heden of een gedroomde toekomst.
Wat blijft er bij zo’n pragmatische kijk op de geschiedenis nog over van het historische verleden, in hoeverre doen wij de mensen nog recht en is er dan nog ruimte voor een open en possibilistische kijk op de toekomst? Is dit overigens niet iets van alle tijden, vraagt de auteur zich af.
Meulendijks: ‘Ik vond enkele jaren geleden toen ik werkte aan de vier studies over de geschiedenis van Vietnam dat ik mij met dit onderwerp móést bezighouden. Ik maak mij zorgen over de wijze waarop beweringen over het verleden worden gebruikt om eigentijdse zaken te onderbouwen. Op deze wijze ontstaan allerlei zwart-wit beelden, clichés, stereotypen, mythen en anachronismen en wordt het verleden een soort grabbelton voor hedendaags gebruik.
Zo staan in de discussie over het Nederlandse slavernijverleden aanhangers van ‘het dader-slachtoffer perspectief’ en boetedoening, vaak nauw verbonden met hedendaags activisme, scherp tegenover degenen die vinden dat in andere tijden andere normen en waarden gelden. Een vergelijkbaar patroon vinden wij in de geschiedschrijving over de Nederlandse kolonisatie en dekolonisatie van Nederlands-Indië/Indonesië, waar de nadruk vaak eenzijdig ligt op de geweldpleging aan Nederlandse kant of op borstklopperij over dit verleden en te weinig aandacht is voor andere perspectieven, bijv. de interne tegenstellingen tussen Indonesiërs, de relatie tussen strijd en diplomatie of de veranderende Nederlandse politiek.’
De afzonderlijke hoofdstukken zijn steeds gelezen door experts. Hun oordelen waren duidelijk. De emeritus hoogleraar uit Leiden prof. dr. Henk den Heijer over het hoofdstuk over slavernij en slavenhandel: ‘Een up-to-date samenvatting…Meulendijks gaat uitvoerig in op het heftige debat…een uitgebreide en goede, met literatuur onderbouwde, analyse van de verschillende perspectieven…een welkome aanvulling op de literatuur’. Dr. Harry A. Poeze (KITLV) over kolonisatie en dekolonisatie: ‘Een kritisch en helder overzicht als hij verschaft is nog niet beschikbaar’. De Leidse hoogleraar prof. dr. André Gerrits over het hoofdstuk over Machiavelli: ‘Een geslaagde poging om de grote diversiteit van de historische en eigentijdse percepties van Machiavelli in kaart te brengen…geschreven in een aangename, heldere en leesbare stijl’. Dr. R. Kramer (Universiteit Utrecht) over de middeleeuwen: ‘Het is allemaal goed onderzocht en onderbouwd…Vooral het eerste van de twee hoofdstukken (over het einde van het West-Romeinse Rijk) is erg sterk.’ Dr. H. van Nispen over de twee hoofdstukken over de oudheid: ‘Een genuanceerd beeld…in een heldere en prettig leesbare stijl’.
Meulendijks beperkt zich niet tot bovenstaande twee onderwerpen, die zonder enige twijfel op dit moment dé centrale thema’s in de duiding van het Nederlandse verleden zijn. Mannen van alt-rightnetwerken maken selectief gebruik van de situatie in de Griekse en Romeinse oudheid om hun vrouwenhaat te verdedigen.
Homoseksualiteit en hedendaagse opvattingen op seksueel gebied of over genderverhoudingen worden geïllustreerd met een beroep op veronderstelde praktijken uit dat verre verleden. Ook om huidige opvattingen over mensenrechten te verbinden met een bepaald volk uit de oudheid of kritiek op het eurocentrisme in de geschiedschrijving uit te oefenen wordt de geschiedenis van de oudheid verdraaid. Vaak worden bovendien bronnen van historici uit die tijd of kort daarna voor waar aangenomen, terwijl zij duidelijk politieke bedoelingen hadden.
Meulendijks: ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij de wijze waarop over Romeinse keizers wordt geschreven. De negatieve beelden van historici uit hun tijd of kort daarna worden vaak zonder enige aarzeling overgenomen. Ik wil echter steeds het in mijn ogen meest waarheidsgetrouwe en zo objectief mogelijke perspectief, waarover in grote lijnen consensus bestaat onder historici, (een intersubjectief beeld) plaatsen tegenover allerlei subjectieve invloeden (bijv. ideologisch bepaalde opvattingen en persoonlijke of politieke voorkeuren) die de kijk op het verleden vertekenen.
Dat is op dit moment bijzonder relevant. Het verschil tussen feiten en retoriek of leugens vervaagt steeds meer. Men spreekt van ‘alternatieve feiten’ en steeds meer regeringen zetten het verleden naar hun hand of beperken de rol van de vrije pers of van onafhankelijk onderzoek.
Mijn kernvraag is wat dit alles betekent voor het historisch bewustzijn. Ofschoon subjectiviteit onherroepelijk is verbonden met het schrijven over het verleden zijn mijn belangrijkste conclusies dat het historisch besef nu onder druk staat en dat de historicus de opdracht heeft dit bewustzijn te bevorderen, onder andere door een genuanceerd, pluriform en possibilistisch beeld van het verleden te schetsen, dit niet met de normen en waarden van onze eigen tijd te beoordelen en de spiegelende betekenis van geschiedkennis duidelijk te maken.’
Andere voorbeelden die Meulendijks bespreekt zijn de in de tijd verschuivende opvattingen over het einde van het West-Romeinse Rijk en de wijze waarop die worden gebruikt als argumenten in de eigentijdse discussies over de wortels van de nationale staat, migratie en asiel, de eenzijdige of overdreven negatieve of romantische duiding van een heel tijdperk (de middeleeuwen) of ongenuanceerde oordelen over personen. Als sprekend voorbeeld de Florentijnse diplomaat Machiavelli (± 1500), wiens naam zelfs een scheldwoord is geworden.
Het boek is verkrijgbaar in de boekwinkel of te bestellen via Pumbo B.V.. Prijs 34,95 euro, ISBN 9789465114798 (486 blz.)